platformKerktuinen |
Reformatorisch dagblad, Kerkplein, 15 augustus 2002
In de kerk wordt het Woord verkondigd: hoorbaar. Het kerkgebouw op zich is al een getuigenis: zichtbaar. Koperen klokken roepen ertoe op je te scharen onder de verkondiging: hoorbaar. De kerktuin zou ook getuige kunnen zijn: zichtbaar. Of dat nu een middeleeuwse kruidentuin is, een begraafplaats of een tuin met bijbelse planten. Wordt er wel voldoende nagedacht over de kerktuin? Of wordt de hof opgeofferd als parkeerplaats? Is de kerktuin sluitpost van kerkvoogdij of beheerscommissie?
De sekten zijn de onbetaalde rekeningen van de kerk, wordt wel gezegd. Men wil ermee uitdrukken dat anderen soms de nadruk leggen op bijbelse onderdelen die de kerk laat schieten. Waarom laat de kerk het aan hobbyisten of aan individuele kerkgangers of organisaties over om een bijbelse plantentuin aan te leggen? Het is waar, in de gereformeerde gezindte is men wat kopschuw als het gaat om allerlei hoogkerkelijke benaderingen. Allerlei liturgisch bloemwerk rond Kerst, Pasen en Pinksteren staat ver af van hen die sinds de Reformatie de nadruk leggen op de drie sola's.
Afgelopen zaterdag belegde de werkgroep Platform Kerktuinen een open dag in Hoofddorp. Achter de Johannes de Doperkerk ligt een 2 hectare groot terrein. Er is een plan gemaakt om daar een bijbeltuin te realiseren. Het platform houdt er een eigen site op na (www.kerktuinen.nl). Verder geeft het platform (via de Raad van Kerken en de Stichting Hof van Lof) een boekje uit over het hoe en waarom van de kerktuin. Deze door Tini Brugge geschreven brochure heet: "Van kerk met tuin tot hof van lof". Dit boekje is breed en praktisch opgezet, maar be vat ook sterk liturgische aspecten. Er staan ook adressen in van mensen die bereid zijn te adviseren bij de aanleg van een natuurrijke tuin. Een in die kring bekend predikant is ds. M. Roepers van de gereformeerde kerk van Den Burg. Tot degenen die bereid zijn te adviseren over tuinaanleg rond de kerk behoort ook Nanning Jan Honingh uit het Zeeuwse Oudelande. Nanning Jan is tevens bestuurslid van de Stichting Aardewerk, een christelijke milieuorganisatie die ontstond uit de gereformeerd vrijgemaakte stichting de Zwaluw en de Nederlands gereformeerde vereniging de Hof van Heden. Een van de doelstelling is kerkleden afzonderlijk te stimuleren tot een goede omgang met mens en schepping.
Het diaconaal Bureau van de Christelijke-Gereformeerde Kerken participeert ook in een aantal activiteiten.
Aardewerk wil ook hervormd-gereformeerden, baptisten en evangelischen bij het project betrekken. Het motto
is dat goed beheer van de schepping gestimuleerd moet worden en dat kerken
daarbij concreet projecten zouden moeten kunnen aan bieden.
Nanning Jan Honingh werkt bij de Stichting Landschapsbeheer in Zeeland. Hij komt uit Noord-Holland en tijdens zijn studie stelde hij al een werkmap samen waarin hij uit de doeken deed hoe een christelijke gemeente zelf aan de slag zou kunnen gaan met een kerktuin.
"Het was een heel praktische map, die echter in de la terechtkwam", meldt Nanning Jan. "Totdat ik ds. Roepers ontmoette, die gehoord had van mijn werkstuk. Ik herschreef het en werd ermee genomineerd voor een prijsvraag bij de NCRV." Honingh raakte betrokken bij het Platform Kerktuinen en adviseerde inmiddels reeds bij het Nederlands gereformeerde gemeenschap L'Abri in Eck en Wiel.
De gereformeerde gezindte heeft enkele aspecten van het kerkzijn soms te veel aan
de milieubeweging overgelaten. Dat geldt wellicht ook de ontwikkeling rond kerktuinen, denkt Honingh.
"Hebben veel kerken het hierbij niet een beetje af laten weten? Er zijn
kerken waar dertig jaar geleden nauwelijks auto's stonden geparkeerd. Nu staan diezelfde kerken
rondom in het asfalt of betonklinkers. Daar worden de glanzende vierwielers geparkeerd."
Als vrijwilligers bezig zijn met het onderhoud van de kerktuin zou men in een kraampje een Bijbel kunnen neerleggen en een stencil met voorkomende bloemen en planten. Het kerkblad met daarin de aangekondigde diensten kan er mooi naast komen te liggen. Voorbijgangers kunnen naslaan om welke planten het gaat en in welk bijbelverhaal die voorkomen. Dat zou kunnen heenwijzen naar het verkondigde Woord.
Honingh onderscheidt een aantal uiteenlopende benaderingen als het gaat om de grond rond
de kerk. "je kunt alle beschikbare grond bestraten. je kunt grond ook goedkoop
en onderhoudsarm beplanten. Het is echter ook mogelijk, vooral bij oude kerken, iets
van de historie weer te geven. Er kan naar het voorbeeld van de
kloostertuinen een kruidentuin aangelegd worden. Dat kan een medicinale insteek hebben. je kunt
er gewassen laten groeien die in de keuken bruikbaar zijn. Maar je kunt
ook de symbolische kant op."
De gedachte erachter? We mogen met zorg met de schepping bezig zijn. en aan het nageslacht doorgeven wat God allemaal in Zijn schepping heeft gegeven. In de. Middeleeuwen beseften ze heel goed dat God door kruiden ook medicijnen gaf. Zij voelden dat het hele leven op God betrokken was. De kerktuin als kruidentuin is dan ook een getuigenis."
De niet-kerkelijke Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie IVN verzorgt kruidentuinen. Mensen kunnen daar gratis kruiden zoals bieslook en maggi afknippen. "Waarom zou dat niet op kerkelijke grond kunnen? Dat is voor de kerk bovendien goedkoper dan dat een professionele hovenier de tuin onderhoudt." Rond de hervormde Grote of St. Jeroenskerk in Noordwijk-Binnen is ruimte gemaakt voor een natuurtuin met diverse milieus voor wilde planten uit de streek: Er is een moeras, een veld met akkeronkruiden en er zijn wel 300 verschillende wilde planten. De tuin is vrij toegankelijk. Nanning Jan verzucht: In de hervormde kerk krijg je bijna niemand zo ver om iets met de kerktuin te doen. En juist rond die oude kerken ligt grond. In hervormd-gereformeerde kring is men echter bang voor activisme. In gereformeerde kring, denk aan vrijgemaakten en Nederlands gereformeerden, is zoiets snel georganiseerd." Een voorbeeld van een aansprekend particulier project is de bijbelse plantentuin van de gereformeerde Mieke Schilpzand-Komen in Waalre. Zij woont naast een stuk grond dat van de burgerlijke gemeente was. Sinds 1951 stond er een klein kapelletje op, gebouwd uit dankbaarheid voor de behouden terugkeer van twee Waalrese militairen. Mieke Schilpzand volgde de hoveniersopleiding en kocht de grond van de gemeente op voorwaarde dat de kapel intact bleef. De gewassen van de bijbelse plantentuin heeft ze in groepen verdeeld. Ze staan in perken die de vorm van de alfa en de omega hebben. De perken be staan uit de buxus sempervirens, de dennenboom uit Jesaja 60:13.
Mieke zegt beslist niet op de symbolische toer te willen. Bij de Syrisch-orthodoxen in Overijssel stak zij haar licht op over de Aramese namen en hun betekenis. Het boek van Michael Zohary over bijbelse planten en hun namen was haar leidraad. De tuinactiviteiten dringt ze nu iets terug. "Ik wil me graag meer bezig gaan houden met een wetenschappelijke benadering van bijbelse planten en hun namen."
Zo vindt men in de tuin aan Molen straat 33 in Waalre ongeveer zeventig verschillende bijbelse planten. Dat varieert van: vlas (Exodus 9:3 1) en kolokwinten (springkomkommer, Ecballium elaterium) tot dille en saffraan. Het voeder uit Jesaja 30:24 is volgens Mieke de kekererwt (Cicer arietinum). Amandel, laurier en karmozijn spreken iedereen met een beetje bijbelkennis aan. De vuurwerkplant (Dictamnus albus) is waarschijnlijk de braamstruik die brandde maar niet verteerde. De zaadbollen bevatten olie die vervluchtigt en snel brandt zonder dat de struik verhit wordt en verteert. Met deze wetenschap verdwijnt het wonder van het brandende braambos niet" net zo min als Gods spreken door het onweer niet anders is als men weet dat onweer ook een natuurkundige verklaring kent.
De aloë die Nicodemus meebracht om Jezus te balsemen, is ook te vinden in Waalre, net als het katoen (wol) uit Esther 1:6. tinze en mirte, lelie en rieten (denk aan Mozes' biezen kistje) ontbreken in de tuin niet. De vormen alfa en omega getuigen van God. Openbaring 1:8 luidt: "Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde," zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige."
Groningen kent een brede provinciale aanpak om kerktuinen te laten voortbestaan. Het Landschapsbeheer Groningen pleegt al jaren onderhoud aan kerktuinen in de provincie Groningen. Via de Stichting Oude Groninger Kerken beheert het ook kerkterreinen van kerken die niet meer als zodanig gebruikt worden. Landschapsbeheer vernieuwt ook graven en restaureert die, al dan met met behulp van plaatselijke kerkvoogdijen. Maar soms wordt ook, in overleg met de p1aatselijke overheid, een heel terrein rond een kerk aangepakt. Woordvoerder Bert van Manson: "Wij stellen in overleg een plan op dat in fases kan worden uitgevoerd."
Het Landschapsbeheer probeert het unieke Groninger karakter van de dodenakkers te bewaren. "Wij kennen een streekeigen zerkencultuur waarbij stenen graven soms aan de achterkant ook tekst bevatten", zegt Van Manson. "In de werkplaats liggen enkele unieke houten grafpalen. Die waren van de armen. Houten grafpalen werden soms enkele malen overschilderd.
Korstmos Soms laat men het landschap wat verschralen zodat de streekgebonden flora haar
gang kan gaan. Mooie korstmos wordt niet van stenen verwijderd. Onze organisatie herstelt
ook het vaak unieke gietijzeren smeedwerk rond de graven. Daarnaast geven we beheersadviezen
en via een cursus instrueren we beheerscommissies." Op het kerkhof van het terpdorpje
Rottum zijn twee dames bezig opschriften op graven leesbaar te maken. De muur
om het kerkhof, met mos en planten, is een schouwspel op zich. Het
"memento mori" is zichtbaar op een goed onderhouden dodenakker op een terp.
Een echte kerktuin als getuigenis.