platform

Kerktuinen

De kerktuin in december
door Tini Brugge

Inhoud:

Een groene boom in de winter

Traditiegetrouw werd vroeger de kerkruimte in de advent allen met groene takken versierd. Het is een periode van inkeer en ingetogenheid, van stilstaan en verwachten. Groen verwijst naar leven waarop wij hopen en dat we mogen verwachten.

Leven zoals dat door de Eeuwige bedoeld is. Met kerst vieren we de komst van Jezus, de menswording van God. Deze menswording heeft de gestalte van een Kind-Koning. De Libanonceder werd beschouwd als de koning in het plantenrijk van Israël. Daarom werd deze boom ook gebruikt als beeld van de koning. In het boek Ezechiël 17,22-24 wordt verhaald hoe een takje van een ceder door God opnieuw geplant wordt en een prachtige ceder wordt, waarin allerlei soorten van vogels zullen nestelen. Libanonceders komen hier van nature niet voor, maar zijn wel aangeplant in parken en grotere tuinen.

Alleen de jeneverbes en de taxus zijn in Nederland altijd groene bomen die hier in de natuur sinds mensenheugenis voorkomen. Maar inmiddels staan onze bossen vol met andere soorten groenblijvers. De thuja is inmiddels zo ingeburgerd dat hij de Nederlandse naam "levensboom' heeft gekregen. De spar (die we bezingen als dennenboom) komt uit Midden-Europa.

Stilstaan bij groene takken betekent stil staan bij nieuw leven. Stilstaan bij een nieuwe loot of een tak is stilstaan bij hoop, bij de verwachting dat uit iets kleins kan iets groots kan groeien.

Het beeld van een nieuwe twijg die vrucht zal dragen is ook een beeld van een mens die vrucht draagt omdat de Geest van de Heer op hem rusten. Dit beeld komt voor in Jesaja 11,1-0, een tekst die in het A-jaar (dit jaar 2001) op de tweede zondag van de Advent gelezen wordt.

Stilstaan bij dit beeld betekent ook stilstaan bij de wortels, bij verbondenheid met mensen die ons voorgingen. Zowel de profeet Jesaja als Ezechiël gebruiken bij het uitbeelden van nieuwe hoop het beeld van een nieuwe twijg die tot boom wordt, vrucht draagt en mensen - als vogels uit alle windstreken- samenbrengt en een thuis laat vinden. Mensen als bomen?
Naar boven

Lievevrouwebedstro

Lievevrouwebedstro. Klik hier voor foto van groter formaat.

Aan dit plantje (galium odorata) dat in het wild voorkomt maar als bodembedekker vooral op wat schaduwrijkeplaatsen prima in een kerkentuin past, is een legende verbonden. Het verhaal gaat dat toen Jozef en Maria in Bethlehem eindelijk een onderkomen gevonden hadden, Jozef naar buiten ging om verschillende planten te verzamelen om hiermee de kribbe te vullen en om de ligplaats voor Maria wat te verzachten. Uit dankbaarheid zou Maria toen dit kruid zijn geur geven hebben. De latijnse naam odorata herinert daaraan. De gedroogde blaadjes worden wel als geurbundeltjes in de linnenkast gebruikt. Bij kerststallen thuis kunnen de gedroogde blaadjes het kribje vullen.
Naar boven

Hulst

Hulst zonder stekels. Klik hier voor foto van groter formaat.

Hulst hoort bij het kerstfeest en is al eeuwen in gebruik als versiering. Op schilderijen uit de Middeleeuwen en ook in latere kerstvoorstellingen wordt soms hulst afgebeeld, soms ook distels. Hulst is een van de groenblijvers, en daardoor zinnebeeld van het leven. Maar door het puntige blad met stekels en haar bessen zo rood als bloedkoralen, is ze evenals distels een verwijzing geworden naar het lijden dat ook Jezus zal ondergaan en herinnert aan de doornenkroon die hij zal dragen. In Denemarken heet hulst Kristtorn en in het Duits Christdorn. Takken hulst met rode bessen worden gebruikt om kransen van te maken als teken van trouwe liefde over de dood heen.
Naar boven