Een feestelijke vlecht bestaande uit drie strengen als verwijzing naar de Drie-eenheid. Het brood wordt versierd wordt met rode eieren als verwijzing naar het bloed van Jezus. Het brood wordt op Goede vrijdag gemaakt.
Het paasbrood (Paskalya Cöregi) was van oorsprong een paaspecialiteit van christelijke minderheden in Turkije. Door de leden van de Apostolische Armeense kerk in Amsterdam worden ze nog steeds gebakken.
De oorspronkelijke specifieke smaak kwam door het gebruik van ‘mahlab’, gemalen kern van morellenpitten, en mastiek, de hars van een altijd groene boom afkomstig van het eiland Chios.
Hier een Franse versie van het Armeens paasbrood (2 stuks)
500 g broodbloem
25 g verse gist
25 g gesmolten roomboter
ca. 2 dl melk
40 g witte basterdsuiker
4 theelepels geraspte citroenschil
2 theelepels vanille merg
8 g zout
boter om in te vetteen
2 losgeklopte eierdooiers
grofgehakte amandelen
250 g bloem in een kom storten, kuiltje maken. De gist hierin brokkelen, roeren met suiker en beetje melk. Rest van de melk, losgeklopt ei en boter toevoegen. Een glad beslag kloppen, dat een kwartiers toegedekt laten rusten.
Dan de rest van de bloem, suiker, de smaakmakers en het zout erdoorheen kneden. Mischien nog wat melk of bloem toevoegen. Zorgen dat het deeg niet te slap wordt. Laten rijzen tot tweemaal de omvang.
Het deeg uitdrukken tot een rechthoek, daaruit 6 repen snijden. Deze repen uitrollen tot strengen van 60 cm. Hiervan twee vlechten van drie strengen breien. Nu of één lange vlecht maken van ca. 35 cm, of één krans, waarbij de uiteinden aan elkaar gevlochten worden.
Op een ingevette bakplaat onder een vochtige doek tot tweemaal de omvang laten rijzen (ca. 1 uur).
Met dooier berstrijken, bestrooien met gehakte amandelen.
10 minuten bakken in een oven van 225 graden, daarna 15 minuten op 150 graden.
Janny de Moor