Lauwwarm smaken ze het beste. Verwarm ze daarom voor het serveren 5 minuten in een oven van 175 graden.
200 g bloem
50 g rozijnen
4 theelepels (wijnsteen)bakpoeder
2 eetlepels (fijne) kristalsuiker
50 g boter in stukjes
125 ml melk
3 eetlepels fijngehakte amandelen
1 theelepel gerapte citroenschil
1 ei
snuf zout
Oven voorverwarmen op 225 graden. Leg op de bakplaat bakpapier. Was en droog de rozijnen.
Zeef de bloem met het bakpoeder, suiker en zout. Wrijf de boter door het meel tot een kruimelig deeg. Maak in het midden een kuiltjes, schenk de melk erin en voeg de rozijnen, gehakte amandelen en citroenrasp toe. Kneed alles snel tot een samenhangend deeg.
Verdeel het in twee stukken. Leg ze op de bakplaat en snijd elk stuk in 6 stukjes. Bestrijk ze met een losgeklopt ei.
Bak de scones in het midden van de oven ca. 10 minuten goudbruin.